Roofblei op de streep

28 maart

Vandaag gaan we vissen op de Overijsselse Vecht. Bij de brug bij Gramsbergen laten we de kayak te water. Er staat een harde stroming. De Vecht is een rivier die zijn oorsprong vindt in Duitsland. In het voorjaar is de waterstand doorgaans wat hoger en zeker na veel regenval, kan het er flink stromen. Ben benieuwd of we er tegenin kunnen komen want mijn doel is de stuw bij de Haandrik, een paar kilometer verder stroomopwaarts. Ik lig goed en wel op de stroming als het keihard begint te waaien en regenen. Er trekt een venijnig frontje langs. Wat nu te doen. Laat ik eerst even in het Gat van Joosten duiken. Een paar honderd meter stroomafwaarts kom je via een kleine ondiepe doorgang in een oude zandafgraving. Daar stroomt het niet en de waterdieptes zijn voor deze regio ronduit bijzonder: ik meet 11-12 m! Zo'n diepe put direct naast een stromend riviertje, zou toch de ideale uitvalsbasis moeten zijn voor de witvis en in hun kielzog onze vrienden snoekbaars en snoek. Inderdaad krijg ik veel vis te zien. Maar bijten, ho maar. Een dikke wind maakt het secuur vissen ook in zo'n zandput niet bepaald eenvoudig. Maar eerlijk gezegd, ben ik ook niet zo van gepiel op een vierkantje decimeter. Ik geef het dan ook al snel op en koers weer de vecht op met de gedachte, hier komen we later in het jaar nog een keertje terug. De stroming is natuurlijk onverminderd fel en omdat ik een doel voor ogen heb, wordt het flink trappen. Omdat je bij een dergelijke stroming moet blijven trappen om niet weg te drijven, begin je het al snel te merken in de benen. Als harde stroming en een beperkte conditie de vaste gegevens zijn, moet je toch even uitzoeken hoe je alsnog het doel gaat bereiken. Al trappend zie je dat de stroming niet overal even sterk is. In het midden stroomt het doorgaans wat sneller en dicht langs de oevers stroomt het wat langzamer. Zo vaar ik dus dicht langs de kant en dat gaat best mooi! 1 hengel in de steun met een Salmo Perch er achter aan moeten het gaan doen. Het levert niets op. Ik zie ook nauwelijks vis op het scherm. Zo nu en dan wat kleine vissen waarvan ik vermoed dat het baarsjes zijn maar verder nauwelijks grote vissen.

Zou het soms te snel stromen voor de vaste bewoners van dit stukje water? Zul je net zien dat ze allemaal gezellig in die put zitten. De vis moet toch ergens blijven? Dan na bijna 2 uur trappen komt de stuw bij de Haandrik in het zicht. De roofvisstand op die plek is best goed te noemen, tenminste 1,5 jaar geleden was dat nog zo. Veel baars, flink wat snoek, wat minder snoekbaars, maar vooral ook roofblei en windes. Tijd om te gaan werpen. Al snel krijg ik kort achter elkaar 2 missers. Heh, ik was nu toch wel toe aan een visje. Maar nee, geen hangers! Om er geen langdradig verhaal van te maken, ben ik al snel weer vertrokken. Nu met de stroom mee lijk ik wel vleugels te hebben gekregen. Het gaat echt snel en wanneer ik mee trap, schat ik de grondsnelheid op wel zo'n 10 km per uur. Zo ik al gedacht had iets te kunnen vangen, reken ik bij deze snelheid nergens meer op, en al zeker niet in maart. Ach het was leuk en vol gas de Vecht af heeft ook wel iets. Toch nog even een aasje achter de kayak hangen, omdat we in principe niet met een lege hengelsteun varen. Deze keer een ratelshadje.

Tijdens de laatste paar honderd meter begin ik alvast m'n spullen op te ruimen. Dan zie ik in mijn ooghoek mijn hengel krom trekken. Niet geleidelijk of zo, nee als een regelrechte zweepslag. Het zijn van die klappen die het uiterste van je materiaal vragen. Mijn hoop op een visje was voor vandaag al vervlogen en dan gebeurd er dit! Aan de andere kant hangt een mooie roofblei. Na een paar minuten geeft hij zich gewonnen.

Snel op de foto en weer terug. Met een kayak ben je in dit soort situaties toch wel in het voordeel ten opzichte van een kantvisser; omdat de roofblei zijn runs dikwijls stroomafwaarts neemt, drijf je met de kayak automatisch mee in de goede richting. Best wel comfortabel.

Even later ben ik terug op mijn vertrekpunt en denk "die vis had ook geen minuut later langs moeten komen want dan was ik al op de kant geweest" thanks! Was het vandaag goed te noemen? Nee dat eigenlijk niet. Was het genoeg? Dat zeker. Het doet me weer denken aan vorig jaar, dat ik op een dag 6 uur achter elkaar gevist heb zonder wat te vangen en dan 10 meter voor de helling in de haven van Middelharnis toch nog een snoek haak. Dan denk je toch wel even, moest ik daarvoor al die moeite doen? Die had ik ook nog wel vanaf de kant kunnen haken. Zo zie je maar weer, it ain't over till its over.

Onze bloggers

  • Ies Dubbeldam

  • Pim B. Bruinisse

  • Ambroos .

Blog Search